Itraconazole EG 100 Mg Caps 60
Op voorschrift
Geneesmiddel

Itraconazole EG 100 Mg Caps 60

  € 41,92

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 10,52 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 6,25 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 41,92
Op voorraad

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Kruisovergevoeligheid Er zijn geen gegevens bekend omtrent kruisovergevoeligheid tussen itraconazol en andere antimycotica met azolestructuur. Men dient met de nodige voorzorgen Itraconazole EG voor te schrijven aan patiënten met een overgevoeligheid aan andere azoles. Effecten op het hart In een studie met itraconazol IV bij gezonde vrijwilligers werd een tijdelijke, asymptomatische vermindering van de ejectiefractie van het linkerventrikel waargenomen, die verdween vóór de volgende infusie. De klinische relevantie van deze bevindingen met de orale vorm is niet gekend. Itraconazol blijkt een negatief inotroop effect te hebben en is geassocieerd met meldingen van congestief hartfalen. Hartfalen werd vaker gemeld in spontane meldingen bij een totale dagelijkse dosis van 400 mg dan bij lagere doseringen, wat doet vermoeden dat het risico van hartfalen kan toenemen met de totale dagelijkse dosis itraconazol. Itraconazole EG mag niet worden gebruikt bij patiënten met congestief hartfalen of bij patiënten met een voorgeschiedenis van congestief hartfalen tenzij de voordelen duidelijk opwegen tegen de risico's. Bij deze individuele afweging van de voordelen en de risico's moet rekening gehouden worden met factoren zoals de ernst van de indicatie, de dosis en de duur van de behandeling, en de individuele risicofactoren voor congestief hartfalen. Deze risicofactoren zijn hartaandoeningen, zoals ischemische en valvulaire aandoeningen, significante pulmonaire aandoeningen, zoals chronisch obstructieve pulmonaire aandoening, en nierfalen en andere oedematische stoornissen. Dergelijke patiënten dienen geïnformeerd te worden over de tekenen en symptomen van congestief hartfalen, ze moeten met voorzichtigheid worden behandeld en moeten tijdens de behandeling gevolgd worden op tekenen en symptomen van congestief hartfalen; indien dergelijke symptomen optreden gedurende de behandeling moet met Itraconazole EG worden gestopt. Calciumkanaalblokkers kunnen negatieve inotrope effecten hebben, additioneel aan die van itraconazol. Bovendien kan itraconazol de afbraak van calciumkanaalblokkers remmen. Daarom is voorzichtigheid vereist bij gelijktijdige toediening van itraconazol en calciumkanaalblokkers door een verhoogd risico op congestief hartfalen (zie rubriek 4.5). Effecten op de lever Zeer zeldzame gevallen van ernstige hepatotoxiciteit, waaronder sommige gevallen van fataal acuut leverfalen, zijn opgetreden bij het gebruik van Itraconazole EG. De meeste gevallen van ernstige hepatotoxiciteit traden op bij patiënten met een bestaande leveraandoening, die behandeld werden voor systemische indicaties, aan andere ernstige aandoeningen leden en/of andere hepatotoxische geneesmiddelen innamen. In enkele gevallen betrof het patiënten zonder bestaande leveraandoening. Sommige van deze gevallen werden waargenomen binnen de eerste maand van de behandeling, en sommige ervan binnen de eerste week. Het volgen van de leverfunctie dient overwogen te worden bij patiënten die behandeld worden met Itraconazole EG. Er moet patiënten verteld worden dat ze hun arts onmiddellijk op de hoogte moeten brengen van tekenen en symptomen die hepatitis doen vermoeden zoals anorexie, misselijkheid, braken, vermoeidheid, buikpijn of donkere urine. Bij deze patiënten moet de behandeling onmiddellijk gestopt worden en de leverfunctie moet getest worden. Verminderde leverfunctie Beperkte gegevens zijn beschikbaar over het gebruik van oraal itraconazol bij patiënten met een afgenomen leverfunctie. Men dient voorzichtig te zijn bij toediening van dit geneesmiddel aan deze patiëntenpopulatie. Aanbevolen wordt om patiënten met een afgenomen leverfunctie die itraconazol gebruiken, zorgvuldig te monitoren. Als men beslist om een therapie in te stellen met andere geneesmiddelen die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd, wordt aanbevolen rekening te houden met de verlengde eliminatiehalfwaardetijd van itraconazol, waargenomen in de studie met eenmalige orale toediening van itraconazol capsules, hard bij patiënten met cirrose (zie rubriek 5.2). Bij patiënten met verhoogde of abnormale leverenzymwaarden of een actieve leveraandoening, of bij patiënten die een levertoxiciteit hebben doorgemaakt door het gebruik van andere geneesmiddelen, wordt behandeling met Itraconazole EG ten stelligste afgeraden, tenzij er een ernstige of levensbedreigende situatie is waarbij het mogelijk voordeel opweegt tegen het risico. Het wordt aangeraden de leverfunctie regelmatig te controleren bij patiënten die itraconazol gebruiken en reeds bestaande leverfunctieafwijkingen hebben of die een levertoxiciteit hebben doorgemaakt bij gebruik van andere geneesmiddelen. Verminderde zuurtegraad van de maag De absorptie van itraconazol uit Itraconazole EG is verminderd als de zuurtegraad van de maag is verlaagd. Bij patiënten met een verminderde zuurtegraad van de maag, ofwel door ziekte (bijv. patiënten met achloorhydrie) ofwel door gelijktijdige medicatie (bijv. patiënten die geneesmiddelen innemen die de zuurtegraad van de maag verminderen), wordt geadviseerd om Itraconazole EG met een zure drank in te nemen (zoals non-diet cola). De antimycotische activiteit moet gemonitord worden en de dosis van itraconazol moet worden verhoogd als dat noodzakelijk wordt geacht (zie rubrieken 4.5 en 5.2). Pediatrische patiënten Aangezien de gegevens over het gebruik van Itraconazole EG bij kinderen beperkt zijn, mag Itraconazole EG niet gebruikt worden bij deze patiënten, tenzij het verwachte voordeel opweegt tegen het eventuele risico. Gebruik bij ouderen Er zijn slechts in beperkte mate klinische gegevens over het gebruik van Itraconazole EG bij oudere patiënten. Itraconazole EG capsules, hard dienen niet bij oudere patiënten te worden gebruikt, tenzij het mogelijke voordeel opweegt tegen de mogelijke risico's. In het algemeen wordt aanbevolen bijzondere aandacht te besteden aan de dosiskeuze bij een oudere patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met de hogere frequentie van een verminderde lever-, nier- of hartfunctie en met een gelijktijdige aandoening of andere medicamenteuze therapie (zie rubriek 4.4) Leverinsufficiëntie Er zijn beperkte gegevens omtrent het gebruik van itraconazol bij patiënten met leverinsufficiëntie. Toediening van Itraconazole EG bij deze patiënten dient met voorzorg te gebeuren (zie rubriek 5.2). Er wordt aangeraden de dosis eventueel aan te passen aan de hand van de plasmaspiegels. Nierinsufficiëntie Er zijn beperkte gegevens beschikbaar omtrent het gebruik van Itraconazole EG bij patiënten met nierinsufficiëntie. Er werd een grote interindividuele variatie in de plasmaconcentratie waargenomen bij deze patiënten (zie rubriek 5.2). De blootstelling aan itraconazol kan lager zijn bij sommige patiënten met een verminderde nierfunctie. Toediening van Itraconazole EG dient dan ook met voorzichtigheid te gebeuren en een aanpassing van de dosis of overschakeling naar een alternatief antischimmelmiddel kan worden overwogen op basis van een evaluatie van de klinische werkzaamheid. Itraconazole EG is niet dialyseerbaar. De orale biologische beschikbaarheid van itraconazol kan lager zijn bij patiënten met nierinsufficiëntie. Gehoorverlies Tijdelijk of permanent gehoorverlies werd gerapporteerd bij patiënten die itraconazol nemen. Verschillende van deze meldingen bevatten een gelijktijdige toediening met kinidine welke gecontra�indiceerd is (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Het gehoorverlies verdwijnt doorgaans na stopzetting van de behandeling maar kan blijvend zijn bij sommige patiënten. Immunogecompromitteerde patiënten Bij sommige immunogecompromitteerde patiënten (b.v. neutropenie, AIDS of getransplanteerde patiënten) kan de orale biologische beschikbaarheid van Itraconazole EG verlaagd zijn. Patiënten met onmiddellijk levensbedreigende systemische schimmelinfecties Door de farmacokinetische eigenschappen (zie rubriek 5.2) zijn Itraconazole EG harde capsules niet aangewezen voor de behandeling van patiënten met onmiddellijk levensbedreigende systemische schimmelinfecties.

AIDS-patiënten Voor AIDS-patiënten die een behandeling ontvangen hebben voor systemische schimmelinfecties zoals sporotrichose, blastomycose, histoplasmose of cryptococcose (meningaal of non-meningaal) en die een risico hebben op relaps, dient de behandelende arts de noodzaak voor een onderhoudstherapie te beoordelen. Cystische fibrose Door een hoge variabiliteit tussen de patiënten onderling bereikten de itraconazolconcentraties niet altijd de therapeutische drempel bij de proefpersonen met cystische fibrose. Wanneer een patiënt met cystische fibrose niet reageert op Itraconazole EG, moet daarom worden overwogen om over te schakelen op een alternatieve antischimmelbehandeling. Neuropathie Indien een neuropathie optreedt die aan Itraconazole EG te wijten zou kunnen zijn, moet de behandeling worden gestopt. Kruisresistentie In het geval dat er bij systemische candidose vermoeden is van fluconazol-resistente stammmen van Candida-species, kan niet worden aangenomen dat deze gevoelig zijn voor itraconazol. Derhalve dient de gevoeligheid te worden getest voordat met de itraconazolbehandeling wordt begonnen. Mogelijke interacties Gelijktijdige toediening van specifieke geneesmiddelen met itraconazol kan leiden tot veranderingen in de werkzaamheid of veiligheid van itraconazol en/of het gelijktijdig toegediende geneesmiddel. Zo kan het gebruik van itraconazol met CYP3A4-inducerende middelen leiden tot sub-therapeutische plasmaconcentraties van itraconazol en derhalve tot falen van de behandeling. Daarnaast kan het gebruik van itraconazol met sommige CYP3A4 substraten leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van deze geneesmiddelen en tot ernstige en/of potentieel levensbedreigende bijwerkingen, zoals QT-verlenging en ventriculaire tachyaritmieën, inclusief voorvallen van 'torsade de pointes', een potentieel dodelijke aritmie. De voorschrijver moet refereren naar de productinformatie van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel voor verdere informatie over ernstige of levensbedreigende bijwerkingen die kunnen optreden in geval van verhoogde plasmaconcentraties voor dat geneesmiddel. Voor aanbevelingen over de gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die gecontra-indiceerd zijn, die niet worden aangeraden of die met voorzichtigheid gebruikt moeten worden in combinatie met itraconazol, zie rubriek 4.3 en 4.5. Gebruik bij patiënten met verminderde gastro-intestinale motiliteit Bij het behandelen van patiënten met ernstige schimmelinfecties of bij het toedienen van Itraconazole EG capsules, hard als schimmel profylaxe aan patiënten met abnormale gastro-intestinale motiliteit, dienen de patiënten zorgvuldig te worden gemonitord en moet waar passend therapeutische monitoring van het geneesmiddel worden overwogen daar waar beschikbaar

  • Behandeling van volgende mycotische infecties
    • Vulvovaginale candidose, pityriasis versicolor, dermatomycosen, mycotische keratitis, orale candidose en onychomycose
    • Systemische aspergillosis en candidiasis, cryptococcosis (inclusief cryptococcus meningitis), histoplasmosis, sporotrichosis, paracoccidioidomycosis, blastomycosis en penicilliosis
    • Onderhoudstherapie bij AIDS patiënten om recidief van schimmelinfecties te voorkomen
    • Profylaxe van schimmelinfecties bij immunodeficiënte patiënten met neutropenie
  • De werkzame stof in Itraconazole EG is itraconazole. Hiervan is 100 mg aanwezig per capsule.
  • De andere stoffen in Itraconazole zijn: Sucrose, Hypromellose (E 464), Sorbitanstearaat, Colloïdaal waterhoudend silicium - Harde gelatine capsule: Gelatine, Rood ijzeroxide, Titaniumdioxide.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen ?

Gebruikt u naast Itraconazole EG nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

Bepaalde geneesmiddelen mag u niet in combinatie met Itraconazole EG gebruiken. Deze staan hierboven vermeld onder "Wanneer mag u Itraconazole EG harde capsules niet gebruiken?".

Bepaalde geneesmiddelen worden niet aanbevolen om samen te gebruiken met Itraconazole EG harde capsules. Uw arts kan beslissen dat u bepaalde geneesmiddelen niet gelijktijdig met of binnen 2 weken na het stopzetten van Itraconazole EG harde capsules mag nemen.

Voorbeelden van deze geneesmiddelen zijn:

Geneesmiddelen om problemen van het hart, het bloed of de bloedsomloop te behandelen - apixaban, rivaroxaban of vorapaxar (tegen bloedklonters) - atorvastatine (om cholesterol te verlagen) - felodipine (tegen een hoge bloeddruk) - riociguat of tadalafil (tegen pulmonale hypertensie (te hoge bloeddruk in de bloedvaten van de longen))

Geneesmiddelen om epilepsie, hoofdpijn of geestelijke gezondheidsproblemen te behandelen - fenytoïne, carbamazepine of fenobarbital (tegen epilepsie) - eletriptan (tegen migraine) - sint-janskruid (Hypericum perforatum) (een kruidengeneesmiddel gebruikt voor de behandeling van geestelijke gezondheidsproblemen)

Geneesmiddelen om urineproblemen te behandelen - tamsulosine (tegen urine-incontinentie bij mannen) - tolterodine (tegen een geïrriteerde blaas)

Geneesmiddelen om kanker te behandelen - axitinib, bosutinib, cabazitaxel, cabozantinib, ceritinib, cobimetinib, crizotinib, dabrafenib, dasatinib, docetaxel, ibrutinib, lapatinib, nilotinib, olaparib, pazopanib, regorafenib, sunitinib, trabectedine, trastuzumab-emtansine of vinca-alkaloïden (bijv. vinflunine, vinorelbine)

Geneesmiddelen om tuberculose (tbc) te behandelen - bedaquiline, isoniazide, rifabutine of rifampicine (tegen tuberculose)

Geneesmiddelen om het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) of hepatitis te behandelen - efavirenz of nevirapine (tegen hiv/aids) - elbasvir/grazoprevir, simeprevir, tenofoviralafenamidefumaraat (TAF), tenofovirdisoproxilfumaraat (TDF) (tegen hiv of hepatitis)

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Stop met het gebruik van Itraconazole EG en raadpleeg onmiddellijk uw arts als u een van de volgende verschijnselen heeft:

  • plotselinge kortademigheid, moeilijk ademhalen, een opgezet gezicht, huiduitslag, jeuk (in het bijzonder over het hele lichaam) of een ernstige huidaandoening met blaarvorming en schilfering van de huid

  • ernstig gebrek aan eetlust, misselijkheid, braken, ongewone vermoeidheid, buikpijn, ongewoon donkere urine en lichtgekleurde ontlasting. Dit kunnen symptomen zijn van ernstige leverproblemen.

Informeer uw arts ook onmiddellijk als u één van de onderstaande bijwerkingen heeft:

  • symptomen die lijken op hartfalen, zoals kortademigheid, onverwachte gewichtstoename, zwellen van de benen, ongebruikelijke moeheid, vaak 's nachts wakker worden

  • een tintelend gevoel, gevoeligheid voor licht, een verdoofd gevoel of zwakheid van de armen of benen

  • troebel zien/dubbelzien, tuitende oren, uw plas niet kunnen ophouden of vaker moeten plassen

  • als u symptomen van gehoorverlies ervaart.

Andere bijwerkingen zijn:

Vaak voorkomende bijwerkingen (komen voor bij 1 op de 10 tot 100 patiënten):

Hoofdpijn

Buikpijn, misselijkheid

Soms voorkomende bijwerkingen (komen voor bij 1 op de 100 tot 1000 patiënten):

Sinusitis (ontsteking van de kaak- of voorhoofdsholte), bovenste luchtweginfectie, verkoudheid

Overgevoeligheid

Wanneer mag u Itraconazole EG niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek inhoud van de verpakking en overige informatie van deze bijsluiter. U kunt overgevoeligheid herkennen aan bijvoorbeeld huiduitslag, jeuk, kortademigheid en/of een opgezet gezicht. Als u hiervan last krijgt, stop dan met Itraconazole EG en raadpleeg uw arts.
  • Als u zwanger bent (tenzij uw arts dit weet dat u zwanger bent en hij/zij beslist dat u Itraconazole EG nodig hebt)

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Itraconazole EG mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, behalve in levensbedreigende gevallen waarbij het mogelijke voordeel voor de moeder groter is dan de mogelijke schade voor de foetus (zie rubriek 4.3). In dieronderzoek heeft itraconazol reproductietoxiciteit vertoond (zie rubriek 5.3). Er is beperkte informatie over het gebruik van Itraconazole EG tijdens zwangerschap. Tijdens post-marketing ervaring, werden gevallen van congenitale afwijkingen gerapporteerd. Deze gevallen betroffen misvormingen van het skelet, genito-urinair kanaal, cardiovasculaire en oftalmologische misvormingen alsook chromosomale en multiple afwijkingen. Er werd geen causaal verband aangetoond met het gebruik van Itraconazole EG. Epidemiologische gegevens met betrekking tot de blootstelling aan Itraconazole EG gedurende het eerste trimester van de zwangerschap (meestal in patiënten die een korte-termijn behandeling ontvingen voor vulvovaginale candidosis) toonden geen verhoogd risico aan voor misvormingen ten opzichte van een controlegroep die niet werd blootgesteld aan gekende teratogenen. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd Vrouwen in de vruchtbare leeftijd die Itraconazole EG krijgen, dienen maatregelen te nemen voor goede anticonceptie. Effectieve anticonceptie dient te worden voortgezet tot de volgende menstruatie na het eind van de behandeling met Itraconazole EG. Borstvoeding Itraconazol wordt in zeer kleine hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk. Bij vrouwen die borstvoeding geven, moeten de mogelijke voordelen van Itraconazole EG worden afgewogen tegen het mogelijke risico. In geval van twijfel mag de patiënte geen borstvoeding geven. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens beschikbaar bij de mens (mannen/vrouwen). Resultaten van dieronderzoek duiden niet op beïnvloeding van fertiliteit (zie rubriek 5.3).

Lokale mycosen

  • Vulvovaginale candidose: 2 capsules (200 mg) 's morgens en 2 capsules (200 mg) 's avonds gedurende 1 dag
  • Pityriasis versicolor: 2 capsules (200 mg), éénmaal per dag, gedurende 7 dagen
  • Tinea corporis, tinea cruris: 2 capsules (200 mg), éénmaal per dag, gedurende 7 dagen
  • Tinea pedis, tinea manus: 2 capsules (200 mg), tweemaal per dag, gedurende 7 dagen
  • Orale candidose: 1 capsule (100 mg), éénmaal per dag, gedurende 15 dagen
  • Mycotische keratitis: 2 capsules (200 mg), éénmaal per dag, gedurende 21 dagen
  • Onychomycose: de 1ste week 2 capsules, 2 maal per dag, vervolgens een geneesmiddelenvrij interval van 3 weken

Systemische mycosen

  • Aspergillosis: 200 mg, 1 x per dag
  • Candidiasis: 100 à 200 mg, 1 x per dag
  • Cryptococcosis (uitz. c. meningitis): 200 mg, 1 x per dag
  • Cryptococcosis meningitis: 200 mg, 2 x per da
  • Histoplasmosis: 200 mg, 1 à 2 x per da
  • Sporotrichosis: 100 mg, 1 x per da
  • Paracoccidioidomycosis: 100 mg, 1 x per da
  • Chromomycosis: 100 à 200 mg, 1 x per da
  • Blastomycosis: 100 mg,1 x per dag OF 200 mg, 2 x per dag
  • Infecties met Penicillium marneffii: 200 mg, 2 x per dag
  • Profylaxis bij neutropenie: 200 mg, 1 x per dag
  • Onderhoudsbehandeling bij AIDS-patiënten: 200 mg, 1 x per dag

Toedieningswijze

  • Direct na een volledige maaltijd innemen.
  • De capsules moeten in hun geheel worden ingeslikt
CNK 2369668
Organisaties Eurogenerics (EG) Generics & Consumer
Merken Eurogenerics (EG)
Breedte 80 mm
Lengte 114 mm
Diepte 53 mm
Hoeveelheid verpakking 60
Actieve ingrediënten itraconazol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)