Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,04 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,19 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Hyperkaliëmie Het gelijktijdige gebruik met kaliumsupplementen, kaliumsparende diuretica, kaliumbevattende zoutvervangers of andere middelen waardoor de kaliumspiegel kan toenemen (heparine, enz.) wordt niet aanbevolen. Zo nodig moet de kaliumspiegel worden gecontroleerd. Nierfunctiestoornis Er is momenteel geen ervaring met het veilig gebruik bij patiënten met een creatinineklaring van < 10 ml/min en bij patiënten die worden gedialyseerd. Daarom moet valsartan bij deze patiënten met voorzichtigheid worden gebruikt. Een dosisaanpassing voor patiënten met een creatinineklaring van > 10 ml/min is niet nodig (zie rubrieken 4.2 en 5.2). Leverfunctiestoornis Bij patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis zonder cholestasis moet valsartan met voorzichtigheid worden gebruikt (zie rubrieken 4.2 en 5.2). Patiënten met natrium- en/of volumedepletie Bij patiënten met ernstige natrium- en/of volumedepletie, zoals patiënten die hoge doses diuretica krijgen toegediend, kan in zeldzame gevallen na het starten van de valsartan-therapie symptomatische hypotensie optreden. Een natrium- en/of volumedepletie moet vóór de start van de valsartan-behandeling worden gecorrigeerd, bijvoorbeeld door een verlaging van de dosis diureticum. Stenose van de renale arterie Bij patiënten met een bilaterale nierarteriestenose of met een stenose bij slechts één functionele nier, is niet bekend of het gebruik van valsartan veilig is. Kortdurende toediening van valsartan aan twaalf patiënten met renovasculaire hypertensie, wat werd veroorzaakt door een unilaterale nierarteriestenose, veroorzaakte geen significante verschillen in de renale hemodynamiek, in het serumcreatinine of in de ureumwaarde in bloed. Andere middelen die het renine�angiotensinesysteem beïnvloeden, kunnen echter bij patiënten met unilaterale renale arteriestenose de ureumwaarde in bloed en de creatininewaarde in serum verhogen. Daarom wordt het controleren van de nierfunctie aanbevolen wanneer patiënten met valsartan worden behandeld. Niertransplantatie Er is nog geen ervaring opgedaan met het veilige gebruik van valsartan bij patiënten die recent een niertransplantatie hebben ondergaan. Primair hyperaldosteronisme Patiënten met primair hyperaldosteronisme mogen niet met valsartan worden behandeld, aangezien hun renineangiotensinesysteem niet is geactiveerd. Aorta- en mitralisklepstenose, obstructieve hypertrofische cardiomyopathie Zoals met alle andere vasodilatatoren, is bijzondere voorzichtigheid geboden bij patiënten met aorta- of mitralisstenose of hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (HOCM). Zwangerschap Tijdens de zwangerschap mag niet worden gestart met het gebruik van angiotensine-II�receptorantagonisten (AIIRA's). Tenzij voortzetting van de behandeling met AIIRA's van essentieel belang wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgezet op een andere antihypertensieve behandeling, waarvan is vastgesteld dat het gebruik ervan in de zwangerschap veilig is. Indien zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met AIIRA's onmiddellijk worden gestaakt, en moet indien nodig met een andere behandeling worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Voorgeschiedenis van angio-oedeem Angio-oedeem, waaronder zwelling van de larynx en glottis, die leidt tot obstructie van de luchtwegen en/of zwelling van het gezicht, de lippen, de farynx en /of de tong werd gerapporteerd bij patiënten behandeld met valsartan; sommigen van deze patiënten hadden eerder al angio-oedeem met andere geneesmiddelen, waaronder ACE-remmers. Valsartan moet onmiddellijk stopgezet worden bij patiënten die angio-oedeem ontwikkelen en mag niet opnieuw toegediend worden. Intestinaal angio-oedeem Intestinaal angio-oedeem is gemeld bij patiënten die werden behandeld met angiotensine II�receptorantagonisten, waaronder valsartan (zie rubriek 4.8). Bij deze patiënten deden zich buikpijn, misselijkheid, braken en diarree voor. De symptomen verdwenen na stopzetting van angiotensine II-receptorantagonisten. Wanneer intestinaal angio-oedeem wordt vastgesteld, moet het gebruik van valsartan worden gestaakt en moet gepaste monitoring plaatsvinden tot de symptomen volledig zijn verdwenen. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Enkel voor Valsartan EG 80 mg/160 mg filmomhulde tabletten Recent myocardinfarct Bij gecombineerd gebruik van captopril en valsartan werd geen extra klinisch effect waargenomen. In plaats daarvan nam het risico op bijwerkingen toe, in vergelijking met behandeling met de geneesmiddelen afzonderlijk (zie rubrieken 4.2 en 5.1). Daarom wordt het gebruik van valsartan in combinatie met een ACE-remmer niet aangeraden. Voorzichtigheid is geboden wanneer de behandeling wordt gestart bij post-myocardinfarct patiënten. Bij patiënten die een myocardinfarct hebben doorgemaakt, moet beoordeling van de nierfunctie altijd onderdeel van de evaluatie uitmaken (zie rubriek 4.2). Het gebruik van valsartan bij patiënten met post-myocardinfarct resulteert gewoonlijk in een geringe daling van de bloeddruk, maar het is doorgaans niet noodzakelijk om vanwege een aanhoudende symptomatische hypotensie met de behandeling te stoppen, mits de voorgeschreven doseringsinstructies worden gevolgd (zie rubriek 4.2). Hartfalen Het risico op bijwerkingen, in het bijzonder hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief hartfalen), in het bijzonder, kunnen toenemen wanneer Valsartan EG wordt gebruikt in combinatie met een ACE-remmer. Bij patiënten met hartfalen werd met de drievoudige combinatie van een ACE-remmer, een bètablokker en Valsartan EG is geen klinisch voordeel aangetoond (zie rubriek 5.1). Deze combinatie verhoogt aanwijsbaar het risico op bijwerkingen en wordt dan ook niet aanbevolen. Drievoudige combinatie van een ACE-remmer, een mineralocorticoïdereceptorantagonist en valsartan wordt eveneens niet aanbevolen. Het gebruik van deze combinaties mag alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk moeten regelmatig worden gecontroleerd. Voorzichtigheid is geboden als de behandeling wordt gestart bij patiënten met hartfalen. De evaluatie van patiënten met hartfalen moet altijd een beoordeling van de nierfunctie omvatten (zie rubriek 4.2). Gebruik van Valsartan EG bij patiënten met hartfalen resulteert vaak in een geringe daling van de bloeddruk, maar stopzetting van de behandeling wegens aanhoudende symptomatische hypotensie is doorgaans niet noodzakelijk mits de instructies voor de dosering worden gevolgd (zie rubriek 4.2). Bij patiënten bij wie de nierfunctie kan afhangen van de activiteit van het renine-angiotensine�aldosteronsysteem (bv. patiënten met ernstig congestief hartfalen), is de behandeling met ACE-remmers in verband gebracht met oligurie en/of progressieve azotemie en in zeldzame gevallen met acuut nierfalen en/of de dood. Aangezien valsartan een angiotensine II-receptorantagonist is, kan niet worden uitgesloten dat het gebruik van Valsartan EG in verband kan worden gebracht met verslechtering van de nierfunctie. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig ingenomen te worden bij patiënten met diabetische nefropathie. Enkel voor Valsartan EG 320 mg filmomhulde tabletten: Andere aandoeningen die het renine-angiotensinesysteem stimuleren Bij patiënten bij wie de nierfunctie afhankelijk kan zijn van de activiteit van het renine�angiotensinesysteem (bijvoorbeeld bij patiënten met ernstig congestief hartfalen), wordt de behandeling met angiotensine-converterend-enzymremmers (ACE-remmers) geassocieerd met oligurie en/of progressieve azotemie en in zeldzame gevallen met acuut nierfalen en/of overlijden. Aangezien valsartan een angiotensine-II-antagonist is, kan niet worden uitgesloten dat het gebruik van valsartan gepaard kan gaan met een vermindering van de nierfunctie. Voor Valsartan EG 80 mg/160 mg/320 mg filmomhulde tabletten: Pediatrische patiënten Nierfunctiestoornis Gebruik bij pediatrische patiënten met een creatinineklaring van < 30 ml/min en bij pediatrische dialysepatiënten werd niet onderzocht; daarom wordt valsartan niet aanbevolen voor deze patiënten. Een dosisaanpassing voor pediatrische patiënten met een creatinineklaring van > 30 ml/min is niet nodig (zie rubrieken 4.2 en 5.2). De nierfunctie en de serum kalium spiegel dienen nauwgezet gecontroleerd te worden tijdens behandeling met valsartan. Dit is met name van toepassing, wanneer valsartan wordt gegeven in aanwezigheid van andere aandoeningen (koorts, uitdroging) die de nierfunctie verstoren. Leverfunctiestoornis Net als bij volwassenen is valsartan gecontra-indiceerd bij pediatrische patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis, galcirrose en bij patiënten met cholestase (zie rubrieken 4.3 en 5.2). Er is weinig klinische ervaring met Valsartan EG bij pediatrische patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis. De dosis valsartan mag bij deze patiënten niet hoger zijn dan 80 mg. Hulpstoffen Lactose: Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken (zie rubriek 6.1). Natrium: Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Hypertensie
Recent myocardinfarct
Symptomatisch hartfalen
De werkzame stof in Valsartan EG is:
Elke Valsartan EG 320 mg filmomhulde tablet bevat 320 mg valsartan.
De andere stoffen in de tabletkern zijn:
De andere stoffen in de filmomhulling zijn:
Neemt u nog andere geneesmiddelen in? Neemt u naast Valsartan EG nog andere geneesmiddelen in, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat innemen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Het effect van de behandeling kan worden beïnvloed als Valsartan EG tegelijkertijd met bepaalde andere geneesmiddelen wordt ingenomen. Uw arts kan uw dosis aanpassen en/of andere voorzorgsmaatregelen nemen of in sommige gevallen om te stoppen met het innemen van één van de geneesmiddelen. Dit geldt zowel voor geneesmiddelen op voorschrift als voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen, in het bijzonder:
andere geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen, in het bijzonder plasmiddelen (diuretica) geneesmiddelen die de hoeveelheid kalium in uw bloed verhogen. Hieronder vallen ook kaliumsupplementen, kaliumbevattende zoutvervangers, kaliumsparende geneesmiddelen en heparine. bepaalde soorten pijnstillers die niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) worden genoemd lithium, een geneesmiddel dat wordt gebruikt bij de behandeling van bepaalde psychische ziekten sommige antibiotica (uit de rifamycinegroep), een geneesmiddel gebruikt ter bescherming tegen uitstoting bij transplantaties (ciclosporine) of een antiretroviraal geneesmiddel gebruikt voor de behandeling van hiv-/aids-infecties (ritonavir). Deze geneesmiddelen kunnen het effect van Valsartan EG verhogen. als u een ACE-remmer of aliskiren inneemt (zie ook de informatie in de rubrieken "Wanneer mag u Valsartan EG niet gebruiken?" en "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Valsartan EG?")
Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheid inclusief serumziekte Voedings- en stofwisselingsstoornissen Stijging van de kaliumspiegel in serum, hyponatriëmie Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Vertigo Bloedvataandoeningen Vasculitis Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Hoesten Maagdarmstelselaandoeningen Buikpijn Intestinaal angio-oedeem Lever- en galaandoeningen Verhoging van de leverfunctiewaarden inclusief een stijging van de bilirubinewaarde in serum Huid- en onderhuidaandoeningen Angio-oedeem, dermatitis bullosa, huiduitslag, pruritus Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Myalgie Nier- en urinewegaandoeningen Nierfalen en nierfunctiestoornis, verhoging van de creatininewaarde in serum Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vermoeidheid
Pediatrische patiënten
Hypertensie
Het bloeddrukverlagend effect van valsartan werd beoordeeld in twee gerandomiseerde, dubbelblinde klinische studies met 561 patiënten van 6 tot 18 jaar. Met uitzondering van geisoleerde gevallen van gastrointestinale aandoeningen (zoals buikpijn, misselijkheid en braken) en duizeligheid, werden er geen verschillen in type, frequentie en ernst van bijwerkingen opgemerkt tussen het veiligheidsprofiel voor pediatrische patiënten van 6 tot 18 jaar en het profiel eerder gerapporteerd voor volwassen patiënten.
Neurocognitieve en ontwikkelingsbeoordeling van pediatrische patiënten van 6 tot 16 jaar toonde geen globale klinisch relevante negatieve impact na behandeling met valsartan tot maximaal een jaar.
In een dubbelblinde gerandomiseerde studie met 90 kinderen van 1 tot 6 jaar, welke werd gevolgd door een één jaar lange openlabel vervolgstudie, werden twee sterfgevallen en geïsoleerde gevallen van duidelijke verhoging van lever transaminasen gemeld. Deze gevallen traden op in een populatie die significante comorbiditeiten vertoonde. Een relationeel verband met valsartan is niet vastgesteld. In een tweede gerandomiseerde studie met 75 kinderen van 1 tot 6 jaar werden geen significante verhogingen van lever transaminasen of sterfgevallen gemeld bij de behandeling met valsartan.
Hyperkaliëmie werd meer frequent gerapporteerd bij kinderen en adolescenten van 6 tot 18 jaar met een onderliggende chronische nierziekte.
Het veiligheidsprofiel dat in gecontroleerd klinisch onderzoek wordt gezien bij volwassen patiënten met post-myocardinfarct en/of hartfalen wijkt af van het totale veiligheidsprofiel dat bij hypertensieve patiënten wordt gezien. Dit kan samenhangen met de onderliggende ziekte van de patiënt. De
bijwerkingen die bij volwassen patiënten met post-myocardinfarct en/of hartfalen optraden, worden hieronder vermeld.
Post-myocardinfarct en/of hartfalen (alleen bij volwassen patiënten bestudeerd)
Systeem/orgaanklasse Vaak Soms Zeer Zelden Niet bekend Bloed- en lymfestelselaandoeningen Trombocytopenie Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheid inclusief serumziekte Voedings- en stofwisselingsstoornissen Hyperkaliëmie Stijging van de kaliumspiegel in serum, hyponatriëmie Zenuwstelselaandoeningen Duizeligheid, posturale duizeligheid Syncope, hoofdpijn Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Vertigo Hartaandoeningen Hartfalen Bloedvataandoeningen Hypotensie, orthostatische hypotensie Vasculitis Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Hoesten Maagdarmstelselaandoeningen Misselijkheid, diarree Intestinaal angio-oedeem Lever- en galaandoeningen Verhoging van de leverfunctiewaarden Huid- en onderhuidaandoeningen Angio-oedeem Dermatitis bullosa, uitslag, pruritus Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Myalgie Nier- en urinewegaandoeningen Lever- en nierfunctiestoornis Acuut nierfalen, verhoging van de creatininewaarde in serum Stijging van de ureumwaarde in bloed Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Asthenie, vermoeidheid
Wanneer mag u Valsartan EG niet gebruiken?
• U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
• U heeft een ernstige leveraandoening
• U heeft diabetes of een nierfunctiestoornis en u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat
• U bent langer dan 3 maanden zwanger (ook eerder in de zwangerschap is het beter om Valsartan EG niet te gebruiken – zie de rubriek over zwangerschap)
Als één van de hierboven genoemde situaties op u van toepassing is, neem Valsartan EG dan niet in.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Het gebruik van angiotensine-II-receptorantagonisten (AIIRA's) wordt tijdens het eerste trimester van de zwangerschap niet aanbevolen (zie rubriek 4.4). Het gebruik van AIIRA's is gecontraïndiceerd tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Het epidemiologische bewijs voor het risico van teratogeniciteit na blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap was niet overtuigend. Een kleine verhoging van het risico kan echter niet worden uitgesloten. Hoewel er geen gecontroleerde epidemiologische gegevens zijn over het risico van AIIRA's, kunnen voor deze categorie geneesmiddelen vergelijkbare risico's bestaan. Tenzij voortzetting van de behandeling met AIIRA's van essentieel belang wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgezet op een andere antihypertensieve behandeling, waarvan is vastgesteld dat het gebruik ervan in de zwangerschap veilig is. Zodra een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met AIIRA's onmiddellijk worden gestaakt en moet indien nodig met een andere behandeling worden gestart.
Van blootstelling aan behandeling met AIIRA's tijdens het tweede en derde trimester is bekend dat het bij de mens foetotoxiciteit veroorzaakt (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, vertraging van de ossificatie van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) (zie rubriek 5.3). Als vanaf het tweede trimester van de zwangerschap blootstelling aan AIIRA's heeft plaatsgevonden, wordt echografische controle van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Baby's van wie de moeder AIIRA's heeft gebruikt, moeten zorgvuldig op hypotensie worden gecontroleerd (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Omdat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot het gebruik van valsartan tijdens de lactatieperiode wordt het gebruik van valsartan niet aanbevolen en gaat de voorkeur uit naar andere behandelingen waarvan het veiligheidsprofiel tijdens de lactatieperiode beter is vastgesteld, met name bij het geven van borstvoeding aan een pasgeboren of te vroeg geboren baby. Vruchtbaarheid Valsartan vertoonde geen negatieve effecten op de voortplanting van mannetjes- en vrouwtjesratten bij orale doses van maximaal 200 mg/kg/dag. Deze dosis is zesmaal de maximaal aanbevolen dosis voor mensen, omgerekend naar mg/m2 (bij de berekening wordt uitgegaan van een orale dosis van 320 mg/dag en een patiënt van 60 kg).
Volwassenen - Startdosis: 80 mg, 1 x /dag - Het maximaal effect wordt bereikt na 4 weken - Max. dosis: 320 mg /dag - Startdosis: 20 mg, 2 x /dag - Max. streefdosis: 160 mg, 2 x /dag - Startdosis: 40 mg, 2 x /dag - Max. dosis: 320 mg /dag, verdeeld over meerdere doses Kinderen 6 - 18 j - <35 kg: 40 mg, 1 x /dag - >35 kg: 80 mg, 1 x /dag - 18 -35 kg: 80 mg - 35 - 80 kg: 160 mg - 80 - 160 kg: 320 mg Toedieningswijze - Niet maaltijdgebonden - Met water innemen - De tablet kan verdeeld worden in gelijke helften
| CNK | 2732634 |
|---|---|
| Organisaties | Eurogenerics (EG) Generics & Consumer |
| Merken | Eurogenerics (EG) |
| Breedte | 79 mm |
| Lengte | 119 mm |
| Diepte | 64 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 98 |
| Actieve ingrediënten | valsartan |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |